Refrein:
In de Dommelsche brouwerij,
wordt elke dag een zondagskind geboren,
na een vrolijke vrijerij,
t concubinaat van hop en mout.
Een kwart millennium de allerbeste,
het bier dat vele grote dorsten leste,
product uit eigen Brouwersgatse veste,
als t ontbreekt dan krijg ik t benauwd.
Refrein
Ik hou er niet zo van om op te snij-e,
maar Dommelsch Bier en ik zijn niet te schei-je.
Ik schuif de rest dus achteloos terzij-je,
en drink alleen wat de Dommelsche brouwt.
Refrein
Ik zie oe schuimend in de glazen stromen,
ge bent t gerstenatje van mijn dromen,
dus Dommelsch pilske, gij zijt wellekome,
zomer of winter, bij mij sta-de koud.
Refrein