|
|
|
Eindhovens Carnavalslied (2012)
“AS SE POETST!”
Couplet 1:
Haar
schoonmaakdrift is manisch en ze houdt ons in de greep.
Opeens is daar die vliegende tornado.
Ze brengt straks met een sopje heel de carnaval om zeep.
Maar ook al is het feest verprutst,
blijft ons Lampegat goed gemutst!
Refrein:
As se
poetst, as se poetst, as se poetst,
dan geeft ze iedereen een veeg en hebben de grootste kerels schrik.
As se poetst, as se poetst, as se poetst,
zonder geweer maar wel gewapend, met haar dodelijke blik.
As se poetst, as se poetst, as se poetst,
ontkomt er niemand aan die koele opruimtik.
As se poetst! As se poetst!
Het is een moordwijf en een hele stouterik.
Couplet 2:
Haar
stofdoek wappert panisch en de ragebol roteert.
Je wordt van dat gekriebel desperado.
We vrezen dat ze ons straks in de kliko deponeert.
Maar ook al zijn we zwaar onthutst,
blijft ons Lampegat goed gemutst!
Refrein
Brug:
Elk meisje
kan ook lief zijn.
Assepoetser evenzeer.
Maar veel vaker wordt het koppijn,
dan verkoopt ze je een peer.
Refrein
Refrein:
As se
poetst, as se poetst, as se poetst,
dan geeft ze iedereen een veeg en hebben de grootste kerels schrik.
As se poetst, as se poetst, as se poetst,
zonder geweer maar wel gewapend, met haar dodelijke blik.
As se poetst, as se poetst, as se poetst,
ontkomt er niemand aan die koele opruimtik.
As se poetst! As se poetst!
Het is een moordwijf en een hele stouterik.
As se poetst! As se poetst!
Het is een moordwijf en een hele stouterik!
Tekst
en compositie: Frans Kriesels
Arrangementen:
Jurgen Feskens
Uitvoering:
Lampegat's Gemengd Mannenkoor
|